Direct naar de inhoud

Rekenen met geld

Hoe leer je een kind rekenen met geld? Hier lees je wat een kind in welke groep leert, van munten tellen tot wisselgeld, waar het vaak misgaat en hoe je thuis oefent. Met een kassa om mee te spelen, vier werkbladen om te printen en het spel Marktkraam.

  • Groep 3 tot en met 6
  • Vier werkbladen
  • Geen reclame, geen account

Kassa

Het kost € 7,50

In het bakje € 7,50

Zo weinig mogelijk: 3 stuks.

In welke groep leer je rekenen met geld?

Rekenen met geld begint in groep 3 met hele euro's en gaat in groep 5 verder met centen. Elke stap bouwt voort op de vorige.

  1. € 20

    Groep 3

    Munten en briefjes tot 20 euro

    Een kind leert de munten van 1 en 2 euro en de briefjes van 5 en 10 euro kennen, en maakt daarmee bedragen tot 20 euro. Het snapt hoe kopen en betalen werkt.

  2. € 100

    Groep 4

    Al het geld, tot 100 euro

    Nu komen alle munten en briefjes erbij. Een kind maakt hele bedragen tot 100 euro op verschillende manieren, en kleine bedragen tot 2 euro met munten. Het wisselt: 4 briefjes van 5 euro zijn evenveel als 1 briefje van 20.

  3. € 4,95

    Groep 5

    Euro's en centen

    Bedragen met een komma, zoals € 4,95, lezen, uitspreken en opschrijven. Een kind weet dat € 7,05 meer is dan € 6,95, rekent uit wat je terugkrijgt als je met een briefje betaalt en telt bedragen op een kassabon op. Ook de prijs per kilo komt aan bod.

  4. € 8,90 + € 1,10

    Groep 6

    Kassabonnen en schatten

    Meer bedragen bij elkaar optellen en van elkaar aftrekken, zoals op een kassabon. Handig optellen: € 8,90 en € 1,10 is samen precies € 10. En schatten: is het meer of minder dan 50 euro?

Deze volgorde komt uit de tussendoelen rekenen-wiskunde van SLO, het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling (versie 2017). Elke school en elke rekenmethode kiest een eigen tempo.

Het geld dat we gebruiken

In Nederland betaal je met munten van 5, 10, 20 en 50 cent en van 1 en 2 euro, en met briefjes van 5, 10, 20, 50, 100 en 200 euro. 100 cent is 1 euro.

Munten van 1 en 2 cent bestaan ook, maar in de winkel wordt contant betalen afgerond op 5 cent. Daarom eindigen de bedragen in het spel en op de werkbladen altijd op 0 of 5 cent.

Groter is niet altijd meer waard: de munt van 50 cent is groter dan de munt van 1 euro. Dat maakt geld lastig voor jonge kinderen.

Geld tellen: begin bij het grootste

Ligt er een stapeltje geld, leg het dan eerst op volgorde: wat het meest waard is vooraan. Tel dan verder vanaf het grootste.

Een briefje van 20, een briefje van 5, een munt van 2 en een munt van 1: dat is 20, 25, 27, 28. Samen 28 euro.

Betalen met zo weinig mogelijk munten

Wie 8 euro betaalt, kan 8 munten van 1 euro geven. Het kan ook met 3 stuks: een briefje van 5, een munt van 2 en een munt van 1. Neem steeds het grootste dat nog past.

Een puzzeltje uit de tussendoelen van SLO: kun je 25 euro betalen met 4 briefjes? Ja: 10, 5, 5 en 5. En € 4,95 met 6 munten? Ook: 2 euro, 2 euro, 50 cent, 20 cent, 20 cent en 5 cent.

Wisselgeld: tel door vanaf de prijs

Bij wisselgeld tel je verder vanaf wat het kost, tot het bedrag waarmee betaald is. Het kost 7 euro en je betaalt met 10: zeg 7, en dan 8, 9, 10. Er gaat 3 euro terug.

Met centen werkt het net zo. Het kost € 28,95 en je betaalt met een briefje van 50 euro. Eerst 5 cent erbij, dan ben je op 29 euro. Dan 1 euro erbij tot 30, en dan 20 euro tot 50. Je krijgt € 21,05 terug.

Doortellen is voor kinderen makkelijker dan een minsom met een komma. Het is ook hoe het wisselgeld in je hand wordt geteld.

Euro's en centen: wat betekent de komma?

Voor de komma staan de euro's, achter de komma de centen. € 4,95 is 4 euro en 95 cent. Je zegt: vier euro vijfennegentig.

Achter de komma staan altijd twee cijfers: 50 cent schrijf je als € 0,50, en drie euro vijftig als € 3,50.

Welk bedrag is meer? Kijk eerst naar de euro's: € 7,05 is meer dan € 6,95, ook al staat er bij 6,95 een groter getal achter de komma.

Zo schrijf je hetZo zeg je het
€ 4,95vier euro vijfennegentig
€ 0,50vijftig cent
€ 3,50drie euro vijftig
€ 12,05twaalf euro vijf
€ 20,00twintig euro

Vijf vergissingen om op te letten

Deze vergissingen zitten als foute keuzes in Marktkraam, zodat een kind ze leert zien.

  1. Munten tellen in plaats van wat ze waard zijn

    Drie munten zijn niet altijd 3 euro. Een munt van 2 euro, een van 1 euro en een van 50 cent is samen € 3,50.

  2. Cent en euro door elkaar

    50 cent lezen als 50 euro, of 200 euro als 20 euro. Laat je kind er steeds het woord bij zeggen: cent of euro.

  3. Het wisselgeld is de prijs

    Het kost 7 euro en je betaalt met 10: dan geven ze 7 terug in plaats van 3. Vraag: hoeveel moet er nog bij 7 om bij 10 te komen?

  4. De komma vergeten

    € 3,05 en € 3,50 lijken op elkaar. Bij 3,05 is het 5 cent, bij 3,50 is het 50 cent.

  5. Een munt vergeten of dubbel tellen

    Leg geld dat al geteld is apart. Wie op volgorde telt, van groot naar klein, vergeet minder.

Zo oefen je thuis

Rekenen met geld leer je het best met echt geld, op momenten dat het ertoe doet.

  • Laat je kind betalen

    Geef in de winkel of op de markt een klein bedrag mee en laat je kind zelf betalen en het wisselgeld natellen.

  • Winkeltje spelen

    Met prijskaartjes op speelgoed of boodschappen en echt geld uit de portemonnee. Spreek af: betaal met zo weinig mogelijk munten.

  • De spaarpot tellen

    Leg de munten op stapeltjes van dezelfde munt en tel dan de stapeltjes.

  • Schatten bij de kassa

    Vraag voor het afrekenen: is het meer of minder dan 10 euro? Kijk daarna op de bon wie het dichtst bij zat.

  • Een kassabon nakijken

    Tel thuis samen twee of drie bedragen van de bon op en kijk of het klopt.

  • Wisselen

    Ruil met je kind: hoeveel munten van 2 euro krijg je voor een briefje van 10?

Werkbladen rekenen met geld om te printen

Vier werkbladen, van geld tellen tot 20 euro tot euro's en centen. Elk werkblad past op één A4. De antwoorden staan onderaan, op zijn kop.

Geld tellen tot 20 euroGroep 3

Rekenen met geld: Geld tellen tot 20 euro

Naam:

1. Hoeveel geld is het?

  • = €
  • = €
  • = €
  • = €
  • = €
  • = €
  • = €
  • = €

2. Betaal met zo weinig mogelijk briefjes en munten. Schrijf op welke.

  • € 17 =
  • € 6 =
  • € 12 =
  • € 14 =
  • € 8 =
  • € 19 =

Antwoorden: 1: € 18, € 11, € 13, € 7, € 15, € 9, € 16, € 4 · 2: 10+5+2, 5+1, 10+2, 10+2+2, 5+2+1, 10+5+2+2

kiendoo.com/rekenen-met-geld/

Betalen tot 100 euroGroep 4

Rekenen met geld: Betalen tot 100 euro

Naam:

1. Hoeveel geld is het?

  • = €
  • = €
  • = €
  • = €
  • = €
  • = €

2. Betaal met zo weinig mogelijk briefjes en munten. Schrijf op welke.

  • € 53 =
  • € 65 =
  • € 99 =
  • € 37 =
  • € 88 =
  • € 24 =

3. Hoeveel is het samen?

  • € 25 + € 40 = €
  • € 35 + € 20 = €
  • € 15 + € 45 = €
  • € 60 + € 25 = €
  • € 12 + € 38 = €
  • € 44 + € 33 = €

Antwoorden: 1: € 35, € 46, € 72, € 63, € 28, € 91 · 2: 50+2+1, 50+10+5, 50+20+20+5+2+2, 20+10+5+2, 50+20+10+5+2+1, 20+2+2 · 3: € 65, € 55, € 60, € 85, € 50, € 77

kiendoo.com/rekenen-met-geld/

Wisselgeld met hele euro'sGroep 4

Rekenen met geld: Wisselgeld met hele euro's

Naam:

1. Hoeveel krijg je terug?

  • Het kost € 12. Je betaalt met € 20.Terug: €
  • Het kost € 3. Je betaalt met € 5.Terug: €
  • Het kost € 8. Je betaalt met € 10.Terug: €
  • Het kost € 45. Je betaalt met € 50.Terug: €
  • Het kost € 38. Je betaalt met € 50.Terug: €
  • Het kost € 16. Je betaalt met € 20.Terug: €
  • Het kost € 64. Je betaalt met € 100.Terug: €
  • Het kost € 7. Je betaalt met € 10.Terug: €
  • Het kost € 27. Je betaalt met € 50.Terug: €
  • Het kost € 75. Je betaalt met € 100.Terug: €

Antwoorden: 1: € 8, € 2, € 2, € 5, € 12, € 4, € 36, € 3, € 23, € 25

kiendoo.com/rekenen-met-geld/

Euro's en centenGroep 5

Rekenen met geld: Euro's en centen

Naam:

1. Welk bedrag is meer? Zet er een kring om.

  • € 20,50 of € 20,05
  • € 7,05 of € 6,95
  • € 8,80 of € 10,80
  • € 4,95 of € 5,00
  • € 12,90 of € 13,10
  • € 3,50 of € 3,05

2. Hoeveel krijg je terug?

  • Het kost € 1,60. Je betaalt met € 5.Terug: €
  • Het kost € 41,20. Je betaalt met € 50.Terug: €
  • Het kost € 28,95. Je betaalt met € 50.Terug: €
  • Het kost € 3,45. Je betaalt met € 5.Terug: €
  • Het kost € 6,95. Je betaalt met € 10.Terug: €
  • Het kost € 12,85. Je betaalt met € 20.Terug: €

3. Tel de kassabon op.

Brood€ 2,45
Kaas€ 4,50
Appels€ 2,00
Totaal€
Melk€ 1,15
Eieren€ 2,85
Koekjes€ 1,50
Totaal€

Antwoorden: 1: € 20,50, € 7,05, € 10,80, € 5,00, € 13,10, € 3,50 · 2: € 3,40, € 8,80, € 21,05, € 1,55, € 3,05, € 7,15 · 3: € 8,95, € 5,50

kiendoo.com/rekenen-met-geld/

Speel Marktkraam

In Marktkraam staat een kind achter een kraam op de markt. Klanten komen langs: tel hun geld, pak het goede bedrag uit hun portemonnee en geef wisselgeld terug. Elke groep heeft een eigen kraam: fruit tot 20 euro, groente tot 100 euro, de bakker met euro's en centen en de fietsenkraam met grote bedragen.

Gaat het mis, dan telt het spel het geld zichtbaar na, munt voor munt. Zonder reclame en zonder account; de voortgang blijft op je eigen apparaat.

  1. Tel het geld

    Een klant legt geld op de toonbank. Hoeveel is het?

  2. Betaal precies

    Pak het bedrag uit de portemonnee van de klant, met zo weinig mogelijk munten en briefjes.

  3. Wisselgeld

    Het kost 7 euro en de klant betaalt met 10. Leg het wisselgeld in het bakje.

Speel Marktkraam

Vragen over rekenen met geld

In welke groep leer je rekenen met geld?

Het begint in groep 3 met munten van 1 en 2 euro en briefjes van 5 en 10 euro, tot 20 euro. In groep 4 komt al het geld erbij, tot 100 euro. In groep 5 leert een kind bedragen met een komma, zoals € 4,95, en wisselgeld. In groep 6 komen kassabonnen en schatten. Elke school kiest een eigen tempo.

Hoe leer je een kind rekenen met geld?

Met echt geld en echte momenten: laat je kind zelf betalen, speel winkeltje met prijskaartjes en tel samen de spaarpot. Begin met hele euro's en laat je kind steeds zeggen of iets cent of euro is.

Hoe reken je wisselgeld uit?

Tel verder vanaf de prijs tot het bedrag waarmee je betaalt. Kost iets 7 euro en betaal je met 10, dan tel je 8, 9, 10: je krijgt 3 euro terug. Met centen maak je eerst de hele euro vol en tel je daarna verder.

Wat betekent de komma in een geldbedrag?

Voor de komma staan de euro's, achter de komma de centen. € 4,95 is 4 euro en 95 cent. Achter de komma staan altijd twee cijfers, dus 50 cent schrijf je als € 0,50.

Hoe betaal je met zo weinig mogelijk munten?

Neem steeds het grootste briefje of de grootste munt die nog past. Voor 8 euro is dat een briefje van 5, een munt van 2 en een munt van 1: 3 stuks in plaats van 8.

Waarom zitten er geen munten van 1 en 2 cent in?

In Nederland wordt contant betalen in de winkel afgerond op 5 cent. Daarom eindigen de bedragen op Kiendoo altijd op 0 of 5 cent, net als bij de kassa.

Is een grotere munt altijd meer waard?

Nee. De munt van 50 cent is groter dan de munt van 1 euro. Daarom leert een kind kijken naar wat er op een munt staat, niet naar hoe groot hij is.

Ook oefenen op Kiendoo