Direct naar de inhoud

Meetkunde oefenen

Wat is meetkunde op de basisschool? Hier lees je wat een kind in welke groep leert, van blokken nabouwen tot een plattegrond met vakken. Ook waar het vaak misgaat en hoe je thuis oefent. Met een bouwsel om zelf te bouwen en rond te kijken, vijf werkbladen om te printen en het spel Bouwmeester.

  • Groep 3 tot en met 6
  • Vijf werkbladen
  • Geen reclame, geen account

Bouw en kijk

VOORKANT

Plattegrond

11321VOORKANT

Van voren

8 blokken. Van voren zie je 6 vakjes.

In welke groep leer je meetkunde?

Meetkunde gaat over ruimte en vormen: bouwen, kijken, spiegelen en de weg vinden op een kaart. Het begint in groep 3 met blokken nabouwen en wordt in groep 6 een plattegrond op schaal. Elke stap bouwt voort op de vorige.

  1. Groep 3

    Blokken nabouwen

    Een kind bouwt een wat groter blokkenbouwsel na van een tekening. Dat is lastiger dan het lijkt: sommige blokken staan achter of onder andere blokken.

  2. Groep 3

    Van een andere kant kijken

    Hoe ziet iets eruit van bovenaf, of als je hoger of lager staat? Een kind volgt ook een route op een eenvoudige plattegrond, zoals door de school.

  3. Groep 4

    Voor-, zij- en bovenaanzicht

    Een kind herkent hoe een bouwsel eruitziet van voren, van opzij en van boven. Het bedenkt ook wat iemand wel of niet ziet vanaf een bepaalde plek.

  4. Groep 4

    Spiegelbeeld en bouwplaten

    Een kind tekent het spiegelbeeld van een eenvoudig patroon of figuur. Het herkent bouwplaten van een kubus, balk of piramide, en maakt een doosje van een bouwplaat.

  5. Groep 5

    Symmetrie en de spiegelas

    Een kind kent de woorden symmetrisch en spiegelas. Waar kun je een lijn trekken door een vlinder, zodat je aan beide kanten precies hetzelfde ziet?

  6. Groep 5

    Tangram en routes

    Een kind legt een figuur na met tangram en bedenkt welke kanten van een bouwplaat tegen elkaar komen. Met een kaart beschrijft het een route van A naar B.

  7. C4

    Groep 6

    Plattegrond, schaal en vakken

    Een kind legt uit wat het betekent dat een plattegrond op schaal is, gebruikt de legenda en vindt een plek met een rooster: de Domtoren ligt in vak C5. De windrichtingen komen erbij.

  8. Groep 6

    Hoogtegetallen en vlakvulling

    Een kind maakt van een blokkenbouwsel een plattegrond met hoogtegetallen, en bouwt het andersom na. Het ontwerpt ook een symmetrisch patroon en een vlakvulling.

Deze volgorde komt uit de tussendoelen rekenen-wiskunde van SLO, het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling (versie 2017). Elke school en elke rekenmethode kiest een eigen tempo. In groep 7 volgen onder meer puntsymmetrie, kijklijnen en de woorden horizontaal, verticaal en diagonaal.

Blokkenbouwsels: nabouwen en tellen

Een blokkenbouwsel is een bouwwerk van blokken, echt of getekend. Nabouwen lijkt makkelijk, maar een tekening laat niet alles zien.

Tel de blokken in dit bouwsel. Je ziet er 8, maar het zijn er 9. De hoge toren heeft 3 blokken, en je ziet er maar 2: het onderste staat verstopt achter de toren ervoor.

Wie telt, moet dus ook nadenken over wat je niet ziet. Met echte blokken kun je het nakijken: bouw het na en tel.

Aanzichten: van voren, van opzij en van boven

Een aanzicht is hoe een bouwsel eruitziet als je er recht op kijkt. Van voren zie je van elke kolom alleen de hoogste toren. Van boven zie je welke vakjes bezet zijn, maar niet hoe hoog.

Van opzij kijk je hier van rechts. Dan staat de voorkant links in het plaatje. Kinderen halen voor- en zijaanzicht vaak door elkaar, of draaien links en rechts om.

Spiegelen: het spiegelbeeld tekenen

Bij spiegelen klapt een figuur om over een lijn: de spiegel. Wat dicht bij de spiegel ligt, ligt in het spiegelbeeld ook dicht bij de spiegel. Wat ver weg ligt, blijft ver weg.

Tel daarom de hokjes vanaf de spiegel. Een veelgemaakte fout is de figuur gewoon opschuiven naar de andere kant. Dan is het geen spiegelbeeld.

Symmetrie en de spiegelas

Een figuur is symmetrisch als je hem zo kunt vouwen dat de twee helften precies op elkaar vallen. De vouwlijn heet de spiegelas of symmetrieas.

Een vierkant heeft 4 spiegelassen, een rechthoek die geen vierkant is 2, een hartje 1. Let op: de schuine lijn van een rechthoek deelt hem wel in twee gelijke stukken, maar is geen spiegelas.

  • 4 spiegelassen
  • 2 spiegelassen
  • 1 spiegelas

Plattegrond: vakken en schaal

Een plattegrond is een tekening van bovenaf. Met een rooster van letters en getallen vind je een plek snel terug. De school staat in vak C4: eerst de letter van de kolom, dan het getal van de rij.

Op schaal betekent: alles is even veel kleiner getekend. Is 1 hokje 10 meter, dan is 3 hokjes 30 meter.

Plattegrond met hoogtegetallen

Bij een blokkenbouwsel maak je een plattegrond met hoogtegetallen: je tekent het bouwsel van boven en zet in elk vakje hoeveel blokken er op elkaar staan. De voorkant zit onderaan.

Dit is hetzelfde bouwsel als bovenaan de pagina. Op de plattegrond zie je wél dat de hoge toren 3 blokken heeft. Andersom kan ook: bouw het na vanaf de getallen. Dit leert een kind in groep 6.

Vijf vergissingen om op te letten

Deze vergissingen zitten als foute keuzes in Bouwmeester, zodat een kind ze leert zien.

  1. Verstopte blokken vergeten

    Kinderen tellen alleen wat ze zien. Of ze tellen alleen de bovenkanten, en dat is het aantal torens. Vraag: staat er iets achter of onder?

  2. Voor en opzij door elkaar

    Het zijaanzicht wordt voor het vooraanzicht aangezien, of links en rechts zijn omgedraaid. Laat je kind echt door de knieën gaan en kijken: wat zie ik nu?

  3. Opschuiven in plaats van spiegelen

    De figuur gaat gewoon naar de andere kant van de spiegel. Tel de hokjes vanaf de spiegel: wat links het dichtst bij de spiegel ligt, ligt rechts ook het dichtst bij de spiegel.

  4. Elke lijn door het midden een spiegelas

    Een lijn die een figuur in twee gelijke stukken deelt, is niet altijd een spiegelas. De schuine lijn van een rechthoek is het bekendste voorbeeld: vouw maar, de helften vallen niet op elkaar.

  5. Letter en getal omgedraaid

    C4 wordt dan D3. Spreek af: eerst de letter, dan het getal. Bij afstanden op schaal vergeten kinderen ook vaak de schaal, en noemen ze het aantal hokjes als meters.

Zo oefen je thuis

Meetkunde oefen je met je handen en je ogen. Daar heb je niet veel voor nodig: blokken, een spiegel, papier en een kaart.

  • Bouwen en nabouwen

    Bouw met blokken of Lego iets kleins en laat je kind het nabouwen. Daarna andersom: jij bouwt na wat je kind maakte.

  • Rondlopen en kijken

    Zet een bouwsel op tafel en vraag: hoe ziet het eruit als je ervoor zit, ernaast, of erboven staat? Laat je kind echt gaan kijken.

  • Met een spiegel

    Zet een zakspiegel rechtop op een tekening. Wat zie je? Zo zie je hoe spiegelen werkt, en of een figuur symmetrisch is.

  • Vouwen en knippen

    Vouw een papier dubbel en knip een halve vorm uit. Vouw open: een symmetrische figuur, met de vouw als spiegelas.

  • Kaart lezen

    Zoek samen op een kaart met vakken, zoals een plattegrond van de stad, een plek op. In welk vak staat het station?

  • Kort en vaak

    Liever elke dag vijf minuten dan één keer per week een uur. Stop als het nog leuk is.

Werkbladen meetkunde om te printen

Vijf werkbladen, van blokken tellen tot een plattegrond met hoogtegetallen. Elk werkblad past op één A4. De antwoorden staan onderaan, op zijn kop.

Blokken tellenGroep 3

Meetkunde: Blokken tellen

Naam:

1. Hoeveel blokken zijn het? Denk ook aan blokken die je niet ziet.

  • blokken
  • blokken
  • blokken
  • blokken
  • blokken
  • blokken
  • blokken
  • blokken

2. Een vogel kijkt van boven. Kleur wat hij ziet.

Antwoorden: 1: 3, 3, 3, 5, 5, 5, 6, 8

kiendoo.com/meetkunde/

AanzichtenGroep 4

Meetkunde: Aanzichten

Naam:

1. Van welke kant kijk je? Schrijf erbij: voor, opzij of boven. Opzij is van rechts.

    1. a
    2. b
    3. c
    1. a
    2. b
    3. c
    1. a
    2. b
    3. c

2. Kleur het vooraanzicht.

Antwoorden: 1: a boven, b opzij, c voor; a voor, b opzij, c boven; a voor, b boven, c opzij · 2: 2, 1 en 3 hoog; 3, 2 en 1 hoog; 1, 3 en 2 hoog

kiendoo.com/meetkunde/

Spiegelen op ruitjespapierGroep 4

Meetkunde: Spiegelen op ruitjespapier

Naam:

1. Kleur het spiegelbeeld. De stippellijn is de spiegel.

2. Goed gespiegeld? Zet een kring om goed of fout.

  • goedfout
  • goedfout
  • goedfout
  • goedfout

Antwoorden: 2: goed, fout, fout, goed

kiendoo.com/meetkunde/

Symmetrie en spiegelassenGroep 5

Meetkunde: Symmetrie en spiegelassen

Naam:

1. Teken alle spiegelassen. Hoeveel zijn het?

  • Aantal:
  • Aantal:
  • Aantal:
  • Aantal:
  • Aantal:
  • Aantal:
  • Aantal:
  • Aantal:

2. Is de stippellijn een spiegelas? Zet een kring om ja of nee.

  • janee
  • janee
  • janee
  • janee
  • janee
  • janee

Antwoorden: 1: 2, 3, 2, 6, 0, 4, 1, 1 · 2: nee, ja, ja, nee, nee, ja

kiendoo.com/meetkunde/

Plattegrond en hoogtegetallenGroep 6

Meetkunde: Plattegrond en hoogtegetallen

Naam:

1. In welk vak staat het?

  • school
  • huis
  • fontein
  • winkel
  • boom
  • de school:
  • het huis:
  • de fontein:
  • de winkel:

2. 1 hokje is 10 meter. Hoe ver is het? Tel van vak naar vak.

  • Van de school naar de boom in F4: m
  • Van de fontein naar de winkel: m
  • Van het huis naar de boom in B3: m

3. Schrijf de hoogtegetallen in de plattegrond.

Antwoorden: 1: C4, B1, E1, E5 · 2: 30 m, 40 m, 20 m · 3: achter 1 0 3, voor 2 1 0; achter 0 3 0, voor 1 2 1

kiendoo.com/meetkunde/

Speel Bouwmeester

In Bouwmeester bouwt een kind huizen, torens en kastelen voor de dieren in het dorp. Groep 3 bouwt in Blokkendorp na wat op de tekening staat. Groep 4 kijkt op de Kijkheuvel van voren, opzij en boven, en spiegelt op ruitjespapier. Groep 5 maakt in Spiegelstad een gevel en een kasteel symmetrisch. En groep 6 zoekt in Kaartstad vakken als C4, meet op schaal en maakt een plattegrond met hoogtegetallen.

Gaat het mis, dan laat het spel zien waarom: blokken die missen staan gestippeld, blokken die te veel zijn kleuren rood. Zonder reclame en zonder account; de voortgang blijft op je eigen apparaat.

  1. Nabouwen en tellen

    Bouw het huis van de tekening na op de bouwplaat. Hoeveel blokken zijn het? Denk ook aan de blokken die je niet ziet.

  2. Rondkijken en spiegelen

    Wat ziet de bewoner van voren, van opzij of van boven? Kleur het spiegelbeeld, of maak de gevel symmetrisch.

  3. Op de kaart

    Zet de school op C4. Hoe ver is het van de school naar het museum, als 1 hokje 20 meter is?

Speel Bouwmeester

Vragen over meetkunde

Wat is meetkunde op de basisschool?

Meetkunde gaat over ruimte en vormen: bouwen met blokken, kijken van verschillende kanten, spiegelen en symmetrie, bouwplaten en de weg vinden op een plattegrond. Het hoort bij het domein meten en meetkunde van de tussendoelen van SLO.

In welke groep leer je aanzichten?

In groep 4 herkent een kind het voor-, zij- en bovenaanzicht van een bouwsel. In groep 3 is er al een eerste stap: hoe ziet iets eruit van bovenaf? Elke school kiest een eigen tempo.

Wat is een blokkenbouwsel?

Een bouwwerk van blokken, echt of getekend. Kinderen bouwen het na, tellen de blokken en bedenken hoe het eruitziet van voren, van opzij of van boven. In groep 6 maken ze er een plattegrond met hoogtegetallen bij.

Wat is een spiegelas?

De lijn waarover je een figuur kunt vouwen zodat de twee helften precies op elkaar vallen. Een ander woord is symmetrieas. Een vierkant heeft er 4, een rechthoek die geen vierkant is 2 en een hartje 1.

Wat is het verschil tussen spiegelen en symmetrie?

Bij spiegelen maak je van een figuur het spiegelbeeld, aan de andere kant van de spiegel. Een figuur is symmetrisch als hij zelf uit twee spiegelbeelden bestaat: de ene helft is het spiegelbeeld van de andere.

Wat zijn hoogtegetallen?

Getallen op een plattegrond van een blokkenbouwsel. In elk vakje staat hoeveel blokken er op elkaar staan. Zo zie je ook de blokken die op een tekening verstopt staan.

Hoe werkt een plattegrond met vakken, zoals C4?

Boven de kaart staan letters, aan de zijkant getallen. C4 is het vak in kolom C en rij 4: eerst de letter, dan het getal. Dit leert een kind in groep 6, net als werken met een kaart op schaal.

Hoe oefen je meetkunde thuis?

Met blokken of Lego: bouw iets en laat het nabouwen, en vraag hoe het eruitziet van voren, opzij en boven. Of met een zakspiegel, met vouwen en knippen, en met een kaart met vakken. Kort en vaak werkt het best.

Ook oefenen op Kiendoo